De Eigenaardige Huisgenoot.

Een luide schreeuw doet me ontwaken. Even ben ik verward, maar de kalmte keert terug wanneer het de Kaketoe blijkt te zijn, die het hele huis elke ochtend wakker krijst. Niks bijzonders. Ik draai me nog maar eens om. Een kwartier later hoor ik een vertrouwd geschuifel over de trap naar beneden, en gaat gepaard met gesteun en gezucht. Opa is ontwaakt en begint aan zijn ochtendroutine.

Hij is overigens niet mijn opa (die zijn allemaal dood). Hij is wel één opa en ziet er ook zo uit, maar daar zal ik later nog uitgebreid op ingaan. Nadat hij de trap is afgedaald, anticipeer ik op wat er komen gaat: de televisie vliegt aan, gevolgd door het moralistische stemgeluid van Mark Rutte of de wiskundige berekeningen van Jaap (Japie) van Dissel. En de rest van de dag zal het journaal op het programma staan.

Na hier ruim een maand gewoond te hebben, ben ik goed bekend geraakt met de dagelijkse patronen binnenshuis. Plots klinkt er weer een hels kabaal. De kaketoe is aan zijn tweede schreeuwronde begonnen en slaakt onafgebroken tenenkrommende kreten. ‘Jopie, hou eens op’, klinkt er moedeloos uit de gehorige woonkamer, gevolgd door ‘schei toch uit!’. Maar het is voor de kaketoe slechts een sein om -na een korte adempauze- het volume nog eens een tandje hoger te zetten. Het heeft de knalroze, halfkale vogel inmiddels een passende bijnaam opgeleverd: Demoon.

Wanneer de kaketoe eenmaal aanstaat is slapen geen optie meer, en ik begin maar aan mijn eigen voorspelbare ochtendritueel. Het besef is nu gekomen dat ik me in een tamelijk komische situatie bevind. Dat moet vastgelegd worden. Vanaf vandaag ga ik daarom rapporteren hoe het is om opgesloten te zijn met opa, de halfgare kaketoe en andere markante karakters in tijden van corona.